Verhalen

van

ooggetuigen

Ooggetuigen van de oorlog in Wageningen

Er is haast geboden voor wie nog ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog wil spreken. Dat realiseerde het museum zich ook bij het opzetten van “De Vrede van Wageningen 1945”. Vandaar dat aan twee Wageningse filmers, Rob Aalpol en Henny Taapken, de opdracht werd gegeven ooggetuigen op te sporen van een aantal belangrijke Wageningse oorlogsgebeurtenissen. Dat heeft geresulteerd in negen interviews, die op een aantal beeldschermen in de expositiezaal zijn te volgen.

1. Eerste evacuatie – 10 mei 1940
Nico Grutterink was 16 jaar toen de oorlog begon. Het Duitse leger trok vanuit Arnhem richting Grebbeberg, waar het Nederlandse leger de overmacht aan troepen hoopte te kunnen tegenhouden. De complete Wageningse bevolking moest binnen een dag worden geëvacueerd, met achterlaten van huisdieren en al het andere dat hun lief is. Met zijn familie vertrok Nico Grutterink in een schuit waar meel mee was vervoerd. Als sanitair werden melkbussen gebruikt. Toen twee mannen die gingen legen, maakten zij van de gelegenheid gebruik om een NSB’er te pesten. Bij terugkomst bleek de stad zwaar te zijn beschadigd maar het huis van de familie Grutterink was redelijk gespaard gebleven.
 
2. Roof bevolkingsregister door verzet – 1943
Wageningen telde in 1940 ongeveer 14.000 inwoners. Voor de bezetter was het belangrijk te weten welke inwoner student, jood of ex-soldaat was. En wie geschikt was voor werk in Duitsland. In de nacht van 2 en 3 januari 1943 wist het Wagenings verzet, waaronder student Henk Sijnja, in te breken in het gemeentehuis. Daar vonden zij de sleutel van de laden met het bevolkingsregister, gooiden de papieren in een jutezak, wachtten tot de politie voor de wachtronde was gepasseerd, namen de fiets en reden naar boerderij De Wolfswaard, waar het bevolkingsregister werd gedumpt in een oud schuurtje.
 
3. V1-inslag Rode Dorp – 1943
26 maart 1943, half 10 in de avond. Heel Wageningen hoorde laag een toestel met brullende motoren overvliegen, gevolgd door een zware explosie. Was het een verdwaalde bom van een Engels vliegtuig of een proeflancering van een Duitse V1-raket? Het antwoord daarop is nooit gevonden. Er vielen 28 doden, 16 huizen werden compleetverwoest en 69 zwaar beschadigd. Willem van Leerdam was 12 jaar toen het gebeurde. Met zijn broertje was hij half negen naar bed gegaan en werd in de nacht wakker door een enorme herrie. Toen hij zijn ogen opendeed keek hij vanuit zijn bed door de restanten van het dak naar de blote hemel.
 
4. Afrekeningen door verzet – 1943
In oktober 1943 werd de directeur van het Wageningse ziekenhuis Ziekenzorg, dokter Boes, doodgeschoten door twee SS´ers. Hij werd medeverantwoordelijk geacht voor de liquidatie van hun informant. Zijn naam was Iprenburg en waarschijnlijk door zijn toedoen werd een groep Wageningers opgepakt. Bij de eerste aanslag, door het verzet, was de verader licht gewond geraakt en daarna werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Gekleed in een Duits uniform, gewapend met een bosje bloemen en een klein pistooltje, ging Henk Sijnja die avond het ziekenhuis binnen en loste het dodelijke schot.
 
5. Bombardement Sahara – 1944  
Operatie Market Garden op 17 september 1944 werd uiteindelijk een grote catastrofe. Twee uur voor de luchtlandingen, rond half 12, voerden de Engelsen in de omgeving bombardementen uit om de Duitse verdediging uit te schakelen. Het blijft een raadsel waarom zij boven Wageningen bommen dropten op de woonwijk De Sahara. In totaal kwamen 39 mensen om het leven en 29 huizen werden getroffen. Toevallig was Wim van de Poel op dat moment met vriendjes aan het kastanjes rapen op de Rijksstraatweg, toen het gebeurde. Toen hij thuis kwam bleek zich een drama te hebben voltrokken.
 
6. Joodse onderduikers – 1944
Wageningen heeft een betrekkelijk groot aantal joodse onderduikers gekend. Femma Muller woonde bij de familie Leendertz op de Hamelakkerlaan. Haar echte naam was Roza Andriesse en zij was getrouwd en had een dochtertje. Van de echte Femma had zij het persoonsbewijs gekregen; die deed verder alsof zij het toevallig had verloren. De kinderen van de familie Leendertz wisten niet beter dan dat Femma het dienstmeisje was. Paul Leendertz was 12 jaar toen Femma overleed aan de verwondingen van het bombardement op de Sahara op 17 september 1944.
 
7. Tweede evacuatie – 1944
Bij de slag om Arnhem werd Wageningen door de Duitsers tot verboden gebied verklaard. Iedere burger die zich na 1 oktober 1944, 18 uur nog binnen de gemeentegrenzen bevond, kon worden doodgeschoten. De complete bevolking trok met fietsen en karren en een minimum aan spullen richting Ede en Veenendaal. Annie Dillissen-Jacobs werd met haar ouders geherbergd in een boerderij in De Kraats en zij was daarmee volledig overgeleverd aan de situatie waarover zij geen controle meer had. Zij was net getrouwd en in verwachting. Op het platteland was in de hongerwinter gelukkig genoeg te eten en haar vader ging terug naar Wageningen om de wieg te halen.
 
8. Duitse capitulatie – 1945
Bij de besprekingen in april en mei 1945 tussen de Canadese en Duitse legerleiding was Prins Bernhard, namens de Binnenlandse Strijdkrachten, steeds aanwezig. Hij werd in die maanden vergezeld door drie persoonlijke lijfwachten van de militaire politie. Een van hen was Piet Wondergem, zijn vaste chauffeur. Na een laatste check van de capitulatiezaal in Hotel de Wereld op 5 mei, stelde hij zich buiten op en was vanaf die plek getuige van het verdere gebeuren. Als vertrouwenspersoon hoorde hij uit de eerste hand hoe moeizaam de onderhandelingen verliepen. Hij onthult welke dreiging de Duitse troepen in het westen van Nederland boven het hoofd hing als zij zich niet wilden overgeven.
 
9. Onderhandelingen in Hotel De Wereld – 5 mei 1945
De Canadese generaal Foulkes liet in 1945 in Wageningen door de Duitsers een onvoorwaardelijke overgave ondertekenen. In West-Nederland wilde het Duitse leger zich niet overgeven. De geallieerden wilden er echter onmiddellijk voedseltransporten naartoe sturen. Zowel de Duitse generaal Blaskowitz als generaal Foulkes werden bij de onderhandelingen bijgestaan door een eigen tolk. George Molnar was laag in rang, maar zat op 5 mei als tolk naast Foulkes en had de dag van zijn leven. De onderhandelingen verliepen koel en zakelijk. De grootste zorg van de Duitsers was de veiligheid van hun eigen troepen.

 

Inloggen   Zoeken