Historie van het 

museumgebouw

 

In 1500 kocht Karel van Gelre een terrein in de zuid-oosthoek van de stad Wageningen en bouwde daarop een kasteel met garnizoensgebouwen. In de kelder van het museum zijn nog resten te zien van een van de kasteeltorens. Naast het museum bevindt zich een kruisgewelfkelder van het brouwhuis, dat bij het kasteel behoorde. 

In 1672, het nationale rampjaar, werd het kasteel door Franse troepen verwoest. Drost Assueer Torck restaureerde de bouwval tot een soort stadskasteel, een woonpaleis dat geen verdedigingsfunctie meer had en dat er dus vooral voornaam en rijk uit moest zien. Eromheen liet hij prachtige renaissancetuinen aanleggen. .

In de Franse tijd, 1794-1813, diende het kasteel de troepen als kazerne. Na hun vertrek was het gebouw danig uitgeleefd. Uiteindelijk werd het in 1830 gekocht door de grootgrondbezitter Jacob Rosenik. Hij sloopte alle gebouwen behalve het woongedeelte. Dat liet hij staan om het tot een statige villa te verbouwen.

Eind 19e eeuw werd deze villa met het kasteelterrein gekocht door Johannes Bowles, die in Indië als planter fortuin had gemaakt. Hij knapte het gebouw op, dat hij Villa Vada noemde en verkavelde het terrein voor de bouw van 26 grote herenhuizen. Die vormen nu samen het Bowlespark.

Nadat de gemeente Wageningen in de 20e eeuw de villa had aangekocht en er enige tijd het politiebureau in had ondergebracht kwam het gebouw in 1986 beschikbaar voor het toen net opgerichte museum De Casteelse Poort.


 

Kruisgewelfkelder van het brouwhuis

Tekening van kasteel in 1574

Museum De Casteelse Poort

Inloggen   Zoeken