In 2022 organiseerde Museum de Casteelse Poort een expositie over de Wageningse Landschappen. Centraal daarin stonden de Uiterwaarden, het Binnenveld, de Eng en de Wageningse Berg. De tentoonstelling werd goed bezocht en alom gewaardeerd. Wel werd een belangrijk vijfde landschap gemist, namelijk het stedelijke landschap. Dat werd in 2024 goedgemaakt door de expositie Verhalen van Wageningse wijken. Van negen wijken werd de ziel gelicht en het verhaal verteld. Ook deze tentoonstelling werd druk bezocht en oogstte veel waardering. Wat ontbrak was echter de architectuur van die wijken, en met name die van het Centrum.
Deze omissie wordt goedgemaakt in de expositie Architectuur in Wageningen die komende zomer in het museum te zien zal zijn. In vier zalen zal de Wageningse architectonische geschiedenis, het heden en de toekomst ervan getoond worden. Gekoppeld aan de expositie zullen lezingen worden verzorgd, rondleiding gegeven en educatieve activiteiten georganiseerd. De expositie is te zien van mei tot november van dit jaar.
In de eerste zaal staat de stedenbouwkundige ontwikkeling (‘de organische groei’) van 1875 tot heden Wageningen centraal. Er worden vijf periodes behandeld: van 1875 tot 1920, van 1920 tot 1940, de Tweede wereldoorlog, de wederopbouw tot aan de jaren ’70 en tenslotte de stedenbouw en architectuur van de laatste 50 jaar. Voor elke periode wordt zichtbaar gemaakt hoe veranderende architectonische opvattingen doorwerken in het ontwerp van Wageningse wijken en woningen. Prachtige gebouwen als Het Schip van Blaauw en Microbiologie worden zo geplaatst in hun tijd. Maar ook de Stadsbrink, de Sterflats en wijken als Noordwest krijgen een verhaal waarmee de architectuur ervan begrijpelijk wordt.
In de tweede zaal worden zeven thema’s uitgediept die het veelzijdige spectrum van Wageningse architectuur verder in kaart brengt. Wageningen is een universiteitsstad, en bijna een kwart van de inwoners is student. De architectuur van studentencomplexen is dan ook één van die thema’s. Wageningen heeft vanwege de universiteit ook veel rijksgebouwen. De verschillende Rijksbouwmeester hebben duidelijk een stempel gedrukt op de architectuur van – veel nog steeds aanwezige – gebouwen. Ook dat krijgt aandacht. In de Tweede Wereldoorlog is Wageningen twee keer verwoest, en de wederopbouw heeft een architectonisch stempel gedrukt op de binnen stad, namelijk die van de Delftse School. Ook de Amsterdamse School krijgt natuurlijk een plek, naast onderwerpen als ‘Wageningse architecten’, ‘Transformatorhuisjes’, ‘Villaparken’ en ‘Tuindorpen’.
In de derde zaal komen de parels va de Wageningse architectuur aan bod. Wageningen kent prachtige villa’s gesticht met koloniaal kapitaal, zoals Hinkeloord en Villa Sanoer. Maar Wageningen is ook bekend om zijn gebouwen van de Amsterdamse School en de vele gebouwen in Neo Renaissancistische stijl. In het museum worden
deze architectonische parels tentoongesteld. Via een speciaal uitgezette wandeling door de stad zijn deze ook direct te bekijken.
In de laatste zaal staat de architectuur van de toekomst centraal. Nederland (en ook Wageningen) staat voor een enorme opgave op het gebied van woningbouw en volkshuisvesting. Landelijk moeten er bijna een miljoen woningen (tot 2030) bijgebouwd worden, in Wageningen 3000. Dat zijn enorme aantallen, en de te nemen hobbels zijn enorm: grond, arbeid, kapitaal, vergunningen, stikstofruimte; alles is schaars. Maar het gaat niet alleen om een kwantitatief vraagstuk, ook kwalitatief moet er een enorme inspanning gedaan worden. Er moet duurzamer, energiezuiniger, ecologischer, meer circulair worden gebouwd. Deze bouwopgave bestaat niet meer uit de traditionele eengezinswoningen, maar uit een heel scala van alternatieve bouw- en woonvormen: tiny houses, kangeroewoningen, landgoedmodel, optoppers, flexwoningen, knarrenhoven, woningdelers en meer. Een architectonische uitdaging van jewelste!